Hobby: Motor rijden
‘In mijn vrije tijd zit ik graag in het zadel van mijn motor. Vanaf kinds af aan was ik al gek van motoren en keek ik altijd op naar grote rode motor van mijn oom. Motoren zijn me zo ook altijd bijgebleven en is zo mijn passie geworden. Inmiddels bezit ik het grote motorrijbewijs en ben ik trotse eigenaar van mijn motor. Het mooiste vind ik het toeren met vrienden en zo af en toe de grens over naar Duitsland.’
Aan tafel bij Laurens
‘De Holterberg is hier in de omgeving echt het mooiste stuk. Lekker ’s avonds na het eten even als ik de hele dag heb gewerkt of met school ben bezig geweest en mijn hoofd helemaal vol zit, over de Holterberg. Vlak voor 9 uur ’s avonds als het nog net mag, in de zomer als het nog licht is, even de Holterberg over. Dan is er bijna niemand en dan is het echt super ontspannend.’
En dan een heel andere route. De route die Laurens heeft afgelegd vanaf de middelbare school tot waar hij nu staat. Een lange route, die hij welbewust en doelbewust heeft gekozen.
‘Ik heb altijd geroepen: met de juiste motivatie, wilskracht en doorzettingsvermogen kun je overal komen. Ik sta echt voor die drie uitgangspunten. Ik ben begonnen op het VMBO, maar toen wist ik al heel goed dat ik architect wilde worden. Als klein kind was het een van de eerste woorden die ik kon zeggen. Dit is echt waar: ik wist al jong dat ik architect wilde worden. Op de computer speelde ik spelletjes waarin je dingen kon ontwerpen en bouwen. Ik tekende heel veel. Na het VMBO heb ik MBO-4 Bouwkunde in 4 jaar afgerond. Daarna heb ik op het HBO Bouwkunde mijn bachelor gehaald en daarna ben ik direct doorgegaan naar de Academie voor Bouwkunst waar ik in deeltijd de studie Architectuur volg van 4 jaar. Ik zit nu in het tweede jaar, dus over twee en een half jaar mag ik mij officieel architect noemen.’
Het voordeel van deze lange route is voor Laurens geweest dat hij al jong veel bouwkennis heeft opgedaan. Op het MBO heeft hij stages op de bouw gedaan en dus ook met zijn handen gewerkt. Dat heeft hij ook erg interessant gevonden en vooral leerzaam, maar hij merkte dat hij toch vooral keek naar het ontwerp van het gebouw waaraan hij werkte. Hij vond de maakbaarheid en de technische kant wel interessant, maar richtte zich toch altijd meer op wat er werd gebouwd dan op hoe het werd gebouwd.
Op dit moment werkt Laurens 32 uur per week en daarnaast doet hij dus zijn studie. Anderhalve dag gaat hij naar de Academie in Groningen en in de avonden en de weekends moet hij hiervoor veel doen thuis. Hoe combineert hij werk en studie?
‘Ik weet waar ik het voor doe. Het is wel veel. Ik zit natuurlijk in een fase dat ik een huis heb gekocht, ben gaan samenwonen, ik heb vrienden, ik heb sport, ik ben graag bij familie. Maar op dit moment moet ik vaak iets afzeggen. Maar met wilskracht, doorzettingsvermogen en motivatie, ga ik gewoon door. Ik wil dit afmaken. En tijdens mijn werk bij EVE krijg ik alleen maar meer motivatie om mijn studie af te maken. Ik geniet enorm van zijn werkzaamheden. Soms vind ik het gewoon jammer dat het weer weekend is.’
Laurens geeft aan dat hij zowel van zijn studie dingen meeneemt naar zijn werk, als andersom. Het versterkt elkaar. Op school leert hij natuurlijk hoe hij een ontwerp moet opzetten en waar hij op moet letten, maar daar gaat het altijd om fictieve projecten. Bij EVE ontwerpt hij voor èchte projecten. Wat vindt hij het leukste van zijn huidige werk als ontwerper?
‘We werken aan hele mooie projecten. Veel grote, vrijstaande villa’s, veel in het duurdere segment. Het leukste vind ik het om met een schetsrol te beginnen. Het allerleukste vind ik het opzetten van het ontwerp. Aan de hand van het programma van eisen stel ik me de vraag: welke ruimtes leg ik waar neer. Want dan ben je ook al bezig met wat de vorm van de woning gaat worden. Dat allereerste proces van de indeling van de ruimtes en het maken van de plattegronden, een goed doorsnede maken, het begin van het ontwerpproces is gewoon hartstikke leuk. Puzzelen, nadenken over de ruimtes, hoe verbind je ze met elkaar, wat is de verbinding van binnen met buiten. We beginnen dus altijd binnen met de plattegronden, zodat de routing in het huis klopt, het uitzicht vanuit het huis klopt, de oriëntatie op de zon goed is bekeken. Pas als dat klopt, trekken we de gevels op, maar tijdens het proces ben je in je hoofd toch ook al bezig met hoe de woning er aan de buitenkant uit komt te zien. Dat vind ik een super leuk proces.’